ISPEInternational Pipe Encyclopedia

Pijpmerken

Micoli: het Amerikaanse Atelier Bekend om het Dremelwerk van Robert Burns

Het merk van de Amerikaanse beeldsnijder Robert "Mic" Burns, die zijn werkbank in 1968 oprichtte; bekend om de eigenzinnige, rustieke textuur die hij met een handfrees aanbracht en om de onderlijn E. Oslo.

Micoli is de merknaam die de Amerikaanse beeldsnijder Robert Burns aan zijn eigen bijnaam ontleende. Burns, die in zijn naaste omgeving "Mic" werd genoemd, richtte zijn werkbank op in 1968 en stapte naar verluidt na een opleiding in de beeldende kunst over op pijpen.

In handelsgegevens wordt zijn naam soms ook als Robert Eugene Burns vermeld; een officieel document dat deze volledige naam bevestigt, is niet gevonden. De bekendheid van het merk komt niet van een groot productievolume of een dealernetwerk, maar van de consequente voortzetting van één enkel idee voor oppervlaktebehandeling, gedurende ruim twintig jaar. In de pijpen die uit Burns' handen kwamen, komen geen twee identieke lichamen voor.

Textuur Aangebracht met een Handfrees

Wat Micoli op het eerste gezicht onderscheidt, zijn de diepe en onregelmatige groeven in het lichaam. Deze textuur wordt niet met traditionele rusticeermessen aangebracht, maar met een Dremel, een handgehouden gereedschap met een draaiende punt. De punt laat gebogen en onderbroken kanalen in het hout achter; omdat de diepte en richting van de kanalen van punt tot punt verschillen, geeft het oppervlak eerder de indruk van een organische schil dan van een mechanisch patroon. Bij de introductie van dit gereedschap in het pijpen maken wordt naar verluidt de naam Teddy Knudsen genoemd; Burns liet het gereedschap echter niet waar hij het had geleend, maar maakte er zijn eigen handtekening van. Het resulterende oppervlak staat, buiten de bekende scheiding tussen zandstralen en klassiek rusticeren, als een derde smaak op zich.

De vormen van de lichamen zijn meestal niet aan een mal gebonden. Burns' werk staat dichter bij de freehand-benadering, die zich ontwikkelt volgens de eigen nerf van het blok, dan bij catalogusvormen; staande, gedrongen lichamen en kamers met dikke, golvende randen komen vaak voor. Het stempel staat er in handschriftkarakters als "Micoli" op. Uit gedateerde overgebleven exemplaren blijkt dat de meester naast bruyèrehout (briar) ook met schuimsteen werkte; daarnaast bleef hij, naast pijpen, ook houten beelden snijden van dieren en soortgelijke onderwerpen.

De Lijn E. Oslo

De Rest van Dit Artikel Staat in de App

De volledige ISPE opent met je IPC-account.

Openen in de app

Verwante Artikelen

Laatst bijgewerkt:

Bron: Pipedia, bewerkt onder de licentie CC BY-SA.