ISPEInternational Pipe Encyclopedia

Grondstoffen

Pijpen van Andere Houtsoorten Dan Briar

Kers, appel, olijf, walnoot, esdoorn, meidoorn en talloze andere hardhoutsoorten kunnen tot een pijpenketel worden verwerkt; dit item brengt samen hoe niet-briar houtsoorten zich gedragen wat betreft gewicht, bewerkbaarheid en hittebestendigheid.

Pijpen van andere houtsoorten dan briar vormen de zowel uit noodzaak als uit nieuwsgierigheid ontstane zijtak van het pijpenmaken. Het referentiemateriaal briar is afkomstig uit de knol die zich vormt in de wortel van de boomheide (Erica arborea); dat dit hout extreem hard, dicht en hittebestendig is, geeft het een aparte plaats onder de ketelhoutsoorten.

Toch kan ook uit het grootste deel van de hardhoutsoorten een bruikbare ketel worden gemaakt. Kers, olijf, esdoorn, walnoot en eik worden, na briar en morta, het vaakst genoemd onder de ketelmaterialen voor pijpen.

De Gedwongen Vervanging van de Oorlogsjaren

In de Verenigde Staten namen tijdens de Tweede Wereldoorlog de wortelknollen van de bergrhododendron/-laurier (Kalmia latifolia) de plaats in van briarknollen die niet konden worden geïmporteerd. Deze keuze was geen toeval: zowel de bergrhododendron als de boomheide die briar levert, behoren tot de heidefamilie (Ericaceae), en bij beide vormt zich een harde, dooreengeweven knol bij de wortelhals. In diezelfde jaren wordt ook overgeleverd dat Noord-Europese ateliers zich tot beuk wendden. De periode van de houten pijp vóór briar berustte sowieso al op een vergelijkbare logica; Ulmer Holzpfeifen werden uitgehold uit knollen van els, walnoot, peer en esdoorn.

Gedrag van de Houtsoorten

De Rest van Dit Artikel Staat in de App

De volledige ISPE opent met je IPC-account.

Openen in de app

Verwante Artikelen

Laatst bijgewerkt:

Bron: Pipedia, bewerkt onder de licentie CC BY-SA.